Kinderhaptotherapie

Kinderen zijn meestal goede voelers, maar kunnen vaak niet zo goed met emoties omgaan: ze uiten zich niet of onduidelijk, of verzinnen vreemde verklaringen voor iets dat ze niet begrijpen. Sommigen kinderen zijn extra kwetsbaar, gevoelig voor prikkels of hebben lichamelijke klachten, zoals hoofdpijn of obstipatie.  Anderen zijn vooral gespannen, driftig of angstig.  Voor deze kinderen én hun ouders kan kinderhaptotherapie een steun zijn.

Vanuit een hechte verbondenheid met de ouders ontwikkelt een kind zich geleidelijk in eigenheid: het wordt een individu, steeds meer (h)erkend door anderen. In de puberteit wordt de verbinding met leeftijdgenoten belangrijker. En dan komt tenslotte het moment dat het kind uit huis gaat en zelf zijn of haar leven regelt. Elke fase in dit proces vraagt iets anders van ouders en kind en meestal verloopt dat natuurlijk. Soms zijn er ontwikkelingsproblemen of moeilijke omstandigheden, zoals een echtscheiding, waardoor dit proces stroever wordt. Het kind zélf geeft vaak niets aan: het is loyaal naar de ouders of begrijpt niet wat er aan de hand is. Maar het gaat wél slechter slapen, krijgt buikpijn of gedraagt zich vreemd op school.

Handen

Kinderhaptotherapie kan, door de bijzondere wijze van contact maken, kind en ouders ondersteunen en problemen verhelderen. Dit gebeurt doorgaans op speelse wijze, aansluitend aan de leeftijd en behoeften van het kind.  Bij de kleuters ligt het accent vaak op de verbinding tussen ouders en kind of het extra bevestigen van het kind.  Oudere schoolkinderen kunnen ook worstelen met problemen op school. Dat kan sociaal: ze pesten of worden gepest of qua prestaties: ze voelen zich bv. overvraagd of hebben te weinig zelfvertrouwen. Het kind krijgt dan zelf extra steun, vaak in overleg met school. Het leert zich bv. te ontspannen of juist meer te uiten. Bij pubers en adolescenten staat het ontdekken van zichzelf voorop: wie ben ik eigenlijk en wat heb ik nodig om me gelukkig te voelen?